Als het misgaat
Hij mag stoppen wanneer hij wil. Alleen niet gratis.
Het korte antwoord
De opdrachtgever mag de overeenkomst te allen tijde opzeggen. Hij betaalt dan de prijs voor het hele werk, verminderd met de besparingen die de opzegging u oplevert.
Halverwege het werk belt de klant: het gaat niet door. Andere plannen, ander huis, geld nodig voor iets anders. De vraag die dan meteen op tafel ligt is of hij dat zomaar kan, en het antwoord is ja.
Artikel 7:764 lid 1 BW: “De opdrachtgever is te allen tijde bevoegd de overeenkomst geheel of gedeeltelijk op te zeggen.” Geen reden nodig, geen termijn, ook geen deel van het werk dat af moet zijn. Daar houdt het denken van de meeste mensen op — en precies daar begint lid 2.
Niet de gewerkte uren, maar de hele prijs
Lid 2: bij zulke opzegging “zal hij de voor het gehele werk geldende prijs moeten betalen, verminderd met de besparingen die voor de aannemer uit de opzegging voortvloeien, tegen aflevering door de aannemer van het reeds voltooide werk”.
Het uitgangspunt is dus de volle prijs, niet wat er tot dat moment gedaan is. Van die prijs gaat af wat de opzegging u werkelijk bespaart: materiaal dat u niet meer koopt, uren die u niet meer maakt, onderaannemers die niet komen.
En bij regie staat de winst er letterlijk in
Werd de prijs afhankelijk gesteld van de werkelijke kosten, dan bepaalt hetzelfde lid dat de verschuldigde prijs wordt berekend “op grondslag van de gemaakte kosten, de verrichte arbeid en de winst die de aannemer over het gehele werk zou hebben gemaakt”.
Dat laatste stuk is opmerkelijk genoeg om twee keer te lezen. De winst over het hele werk — dus niet alleen over het deel dat u heeft uitgevoerd. Opzeggen kost de klant de winst die u anders zou hebben gemaakt.
Waarom dit op de site hoort en niet in de kleine lettertjes
Twee redenen, en de eerste is de klant. Iemand die niet weet hoe hij eruit komt, stelt de opdracht liever uit dan dat hij hem geeft. Zwart op wit lezen wat er gebeurt als hij stopt, haalt die onzekerheid weg — het is een minder eng verhaal dan hij zelf zou verzinnen, want hij hoort tenminste wat er afgaat.
De tweede reden bent u. De afrekening staat of valt met de besparingen, en die moet u kunnen onderbouwen op een moment dat u het al vervelend genoeg vindt. Wie de rekensom een keer heeft opgeschreven, hoeft hem niet te bedenken terwijl de klant meekijkt.
| Wat er op de site staat | Wat u ermee voorkomt |
|---|---|
| Dat opzeggen altijd mag | Een klant die de opdracht uitstelt omdat hij denkt vast te zitten. |
| Dat het vertrekpunt de hele prijs is, niet de gewerkte uren | Een discussie die begint bij het verkeerde bedrag. |
| Welke besparingen u in mindering brengt | De indruk dat u de volle prijs voor half werk rekent. |
| Dat bij regie ook de winst over het hele werk meetelt | Een afrekening waarin u dat stuk zelf vergeet. |
| Wat er met het reeds voltooide werk gebeurt | Onduidelijkheid over wat er blijft staan en wat u meeneemt. |
Dat laatste punt kost u niets en levert vaker een aangepaste opdracht op dan een afrekening. Het is ook het enige punt in het rijtje dat de klant iets vráágt in plaats van hem iets te vertellen.
Wat hier niet staat
Er staat niet hoe u de besparingen precies berekent — dat hangt af van uw inkoop, uw planning en of u de vrijgekomen dagen kunt vullen. Er staat ook niets over opzegging door u als aannemer; dat is een ander artikel en een ander verhaal. Wat er wel staat, is waar de rekening begint: bij de hele prijs, en niet bij de uren op uw briefje.